LinT staat voor Leesbaarheidsinstrument voor Nederlandse Teksten. Het is een wetenschappelijke formule ontwikkeld door 3 Nederlandse universiteiten — Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit Nijmegen en Tilburg University — in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Nederlandse Taalunie. De score geeft aan hoe leesbaar een tekst is voor de gemiddelde bezoeker van een website of document. Hoe hoger de score, hoe toegankelijker de tekst.
In het Tolkie Webmonitoring-rapport zie je de LinT-II score weergegeven als een getal, met een label erbij. Dat getal loopt globaal van 1 tot 100. Hoe lager de score, hoe meer mensen de tekst kunnen begrijpen.
Tekstniveau | LiNT-score | Hoeveel volwassen lezers kunnen dit niveau niet goed aan? |
1 | 0 - 34 | 14,9% |
2 | 34 - 46 | 30,7% |
3 | 46 - 60 | 55,0% |
4 | 60 - 100 | 82,1% |
Waarom is LinT beter dan een gewone zinslengte-meting?
Een zinslengte-meting telt simpelweg hoeveel woorden er in een zin staan. Dat zegt iets, maar niet alles. Een zin van tien woorden kan heel begrijpelijk zijn als je de woorden kent, maar onbegrijpelijk als je de helft ervan nooit hebt gezien. LinT kijkt naar vier dingen tegelijk: hoe bekend de woorden zijn (woordfrequentie), hoe concreet de zelfstandige naamwoorden zijn, hoe lang de zinsdelen zijn, en hoe dicht de grammaticaal samenhangende woorden bij elkaar staan in de zin. Dat laatste noemen onderzoekers 'afhankelijkheidslengte' — hoe verder twee woorden die bij elkaar horen uit elkaar staan, hoe meer moeite een lezer heeft om de zin te volgen.
Wat houdt woordfrequentie precies in?
Woordfrequentie zegt iets over hoe vaak een woord voorkomt in alledaags taalgebruik. Een woord als 'huis' is hoogfrequent — iedereen kent het. Een woord als 'handhavingsbesluit' is laagfrequent. LinT kijkt niet alleen of een woord lang is, maar ook of het herkenbaar is voor de gemiddelde lezer. Dat is een belangrijk verschil: 'politieagent' is langer dan 'beschikking', maar stukken bekender.
Hoe is LinT tot stand gekomen?
De onderzoekers maakten meer dan honderd teksten in makkelijke en moeilijke versies. Die teksten werden voorgelegd aan bijna 2.700 middelbare scholieren via zogeheten clozetests — teksten waarbij willekeurige woorden zijn weggelaten en de lezer ze moet aanvullen. Hoe beter leerlingen de gaten konden invullen, hoe begrijpelijker de tekst bleek. Op basis van die uitkomsten berekenden de onderzoekers welke tekstkenmerken het best voorspellen of een lezer de tekst begrijpt. Dat leverde de LinT-formule op. Dit is dus geen vuistregel, maar een formule die is gevalideerd op hoe echte mensen teksten begrijpen.
Wat betekenen de LinT-niveaus 1 tot 4?
LinT deelt teksten zelf in in 4 moeilijkheidsniveaus. Op niveau 1 heeft circa 14% van de bevolking moeite om de tekst te begrijpen. Op niveau 4 loopt dat op naar maar liefst 80%. De meeste communicatie van publieke organisaties — gemeenten, woningcorporaties, zorgorganisaties — zou idealiter niet verder komen dan niveau 2. De LinT-II score in Tolkie Webmonitoring is de doorontwikkelde versie van die formule, toegepast op websiteteksten.
Hoe verschilt LinT van een Engelse leesbaarheidsformule?
Formules als Flesch-Kincaid zijn gemaakt voor de Engelse taal. Het Nederlands heeft langere woorden en meer samenstellingen — 'afvalverwerking', 'huurprijsaanpassing', 'gemeentegrens'. Een Engelse formule die alleen op woordlengte let, overschat daardoor de moeilijkheid van gewone Nederlandse teksten. LinT is specifiek voor het Nederlands ontwikkeld en houdt rekening met Nederlandse taalstructuren.
Voor welke soort teksten is LinT bedoeld?
LinT werkt goed voor informatieve teksten, zoals je die terugvindt op websites van gemeenten, woningcorporaties, zorgorganisaties en andere publieke organisaties. Het is minder geschikt voor literaire teksten of heel korte teksten van minder dan 50 woorden, omdat de formule dan minder stabiel is.
