Naar de hoofdinhoud

Mijn score valt tegen. Waar begin ik met verbeteren?

Lees hoe je kiest met welke pagina's je begint, welke verbeteringen snel iets opleveren en wanneer Gebruikersonderzoek helpt.

Een tegenvallende score is vooral een startpunt. Je hoeft niet alles tegelijk op te lossen. Een goede vuistregel: begin met de tien meest bezochte pagina's die op C1 of hoger staan, en pak op elke pagina eerst de rode punten aan. Zo help je de meeste bezoekers met de minste moeite.

Is een lage score erg?

Niet per se. De scores in je rapport zijn signalen om verder te kijken, geen oordeel over je tekst. Een hoog taalniveau betekent niet automatisch dat een tekst slecht is. Of je iets moet aanpassen, hangt af van je lezers en van het doel van de tekst. Schrijf je voor een breed publiek, bijvoorbeeld inwoners of huurders? Dan is een hoog taalniveau wel een belangrijk signaal. Hoe je de scores leest, staat in Hoe lees en begrijp ik mijn Webmonitoring-rapport?

Met welke pagina's begin ik?

  1. Kies de pagina's die het meest gelezen worden. Welke pagina's dat zijn, zie je in de bezoekersstatistieken van je eigen website.

  2. Kijk welke daarvan op C1 of hoger staan. In je rapport zie je per pagina het taalniveau. Begin met de tien meest bezochte pagina's op C1 of hoger.

  3. Gebruik ook de pagina's die aandacht vragen. In je rapport staat een selectie "Webpagina's die aandacht vragen". Ook die is een goed startpunt.

Waar begin ik op een pagina?

Open de pagina in je rapport. De moeilijke stukken zijn in je tekst gemarkeerd in kleur. Begin bij rood ("Moeilijk voor lezers"), daarna geel ("Wat lastig") en tot slot grijs ("Kleine verbeteringen"). Met "Volgende" loop je de punten een voor een langs, te beginnen met het moeilijkste. Wil je je op één soort punt richten, bijvoorbeeld alleen lange zinnen? Gebruik dan het filter boven de lijst. Meer daarover lees je in Je Webmonitoring-rapport: een nieuwe weergave en betere bevindingen.

Welke verbeteringen leveren snel iets op?

  • Lange zinnen opsplitsen. Maak van één lange zin twee of drie kortere zinnen.

  • Moeilijke woorden vervangen. Kies waar het kan een gewoner woord. Moet een moeilijk woord blijven staan? Leg het dan uit in je tekst. Een woord dat je tekst zelf uitlegt, markeert Tolkie niet meer.

  • Tussenkoppen toevoegen. Koppen helpen lezers om snel te zien waar een stuk tekst over gaat.

  • Lange alinea's korter maken. Zet één onderwerp in één alinea.

Sommige woorden kun je niet vervangen zonder dat de betekenis verandert. Gebruik je Tolkie Leeshulp? Dan kunnen je bezoekers zulke woorden met de leeshulp laten uitleggen.

Moet ik elk aandachtspunt oplossen?

Nee. Niet elk punt hoeft weg. Soms is een vakwoord nodig, of past een voorstel niet bij de inhoud. Bepaal per punt of een aanpassing past bij je lezers, het doel van de tekst en de inhoud.

Hoe helpen de schrijfvoorstellen?

Bij een pagina kun je schrijfvoorstellen aanvragen. Tolkie schrijft dan een nieuwe versie van de moeilijke stukken. Heeft je organisatie een schrijfwijzer toegevoegd, dan houden de voorstellen daar rekening mee. Gebruik een voorstel als hulp en lees het altijd goed voordat je het op je website zet.

Hoe houd ik het vol?

Werk in delen. Pak bijvoorbeeld elke maand een paar pagina's aan, in plaats van alles in één keer. Webmonitoring meet je website elke maand opnieuw. Zo zie je bij elke meting of je aangepaste pagina's zijn verbeterd, en houd je het hele jaar zicht op je teksten.

Wanneer is Gebruikersonderzoek een goede volgende stap?

De scores van Webmonitoring zijn een inschatting. Wil je bij een belangrijke pagina of brief zeker weten of je lezers de tekst echt begrijpen? Dan is Tolkie Gebruikersonderzoek een logische volgende stap. Daarin lezen echte mensen je tekst. Je ziet of ze de tekst begrijpen, of ze weten wat ze moeten doen en wat ze van de tekst vinden. Meer weten? Neem contact met ons op via de contactpagina.

Lees ook

Was dit een antwoord op uw vraag?